Vraag 1 van 48
Je wil zo snel mogelijk omkeren. Hoe zal je verdergaan?

Uitleg
Hier heb je een goed overzicht over de weg en veel ruimte. Het is niet verboden om de onderbroken lijnen te overschrijden dus je kan hier keren.
Gratis oefenexamen
Beantwoord 48 vragen, bekijk de juiste antwoorden en lees de uitleg in je eigen tempo.
Vraag 1 van 48

Uitleg
Hier heb je een goed overzicht over de weg en veel ruimte. Het is niet verboden om de onderbroken lijnen te overschrijden dus je kan hier keren.
Vraag 2 van 48

Uitleg
Je mag de fietsers in deze situatie inhalen. Je hebt een goed overzicht over de weg en er zijn geen verbodsbepalingen.
Vraag 3 van 48

Uitleg
Het verkeerslicht is op geel veranderd en je mag voorzichtig linksaf slaan om het kruispunt te verlaten. Wees extra voorzichtig, want sommige voertuigen rijden te hard om het gele licht te halen, ondanks dat dit niet is toegestaan.
Vraag 4 van 48

Uitleg
Je moet voetgangers voor laten gaan op het zebrapad of als ze op weg zijn naar het zebrapad.
Vraag 5 van 48
Uitleg
Doorgaande rijbaan: Rijbaan zonder invoeg- en uitrijstroken. Invoegstrook: Door een blokmarkering van de doorgaande rijbaan afgescheiden weggedeelte dat bestemd is voor bestuurders die de doorgaande rijbaan oprijden. Rijbaan: Elk weggedeelte bestemd voor rijdende voertuigen, met uitzondering van fietspaden en fiets-/bromfietspaden. Rijstrook: Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan, van zodanige breedte dat bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen daarvan gebruik kunnen maken. Vluchthaven of vluchtstrook: Door een doorgetrokken streep van de rijbaan van de autosnelweg of autoweg afgescheiden weggedeelte, bestemd voor gebruik in noodgevallen, behoudens de duur van openstelling als spitsstrook. Spitsstrook: De vluchtstrook die als rijstrook is aangewezen, blijkens bord C23-01. Berm: Strook grond met gras langs een weg, spoorbaan, sloot of dijk.
Vraag 6 van 48

Uitleg
Er staat een omleidingsbord links van de weg en je kunt niet rechtdoor. De enige mogelijkheid is om linksaf te slaan.
Vraag 7 van 48

Uitleg
Er is een doorgetrokken streep en inhalen is niet toegestaan.
Vraag 8 van 48

Uitleg
Als je naar Alkmaar of Beverwijk wilt moet je de A8 volgen.
Vraag 9 van 48

Uitleg
Na het inhaalverbodsbord (aan de rechterkant van de weg) mag je niet inhalen.
Vraag 10 van 48

Uitleg
Je moet het voertuig tussen de brede onderbroken lijnen plaatsen. Anders blokkeer je het verkeer van achteren.
Vraag 11 van 48
Uitleg
Rijden met een alcoholpromillage van 0,05‰ of meer is strafbaar. Voor bestuurders van motorvoertuigen die minder dan vijf jaar hun rijbewijs hebben zijn de regels nog strenger. Het alcoholpromillagelimiet voor deze bestuurders bedraagt 0,02‰. Deze ondergrens geldt ook voor personen jonger dan 24 jaar die brom-, snor- en scooterrijden.
Vraag 12 van 48

Uitleg
Je kunt niet meteen van rijstrook wisselen vanwege de auto op de rijstrook links van je. Je moet vertragen en een goede afstand houden tot de vrachtwagen.
Vraag 13 van 48

Uitleg
Ik blijf in het midden van mijn rijstrook en zoveel mogelijk naar rechts. Je moet in het midden van je rijstrook blijven en zoveel mogelijk rechts houden. Je mag de bocht niet afsnijden door over de onderbroken lijnen te gaan en er is ook geen reden om naar de rechterkant van de weg te gaan.
Vraag 14 van 48
Uitleg
Ik neem maatregelen voor mijn eigen veiligheid, verzeker de plek van het ongeval, kijk of iemand hulp nodig heeft en bel 112 indien nodig. Als je betrokken bent bij een verkeersongeval of ervoor verantwoordelijk bent: Mag je de plaats van het ongeval niet verlaten als je weet of het vermoeden hebt dat iemand anders gedood is, letsel heeft opgelopen, of als er schade aan eigendommen is toegebracht. Het is verboden om een persoon die letsel heeft opgelopen en hulpeloos is achtergelaten, in deze situatie aan hun lot over te laten. De bovenstaande regels zijn niet van toepassing als je op de plaats van het ongeval de juiste gelegenheid hebt geboden om je identiteit en, indien van toepassing, de identiteit van het voertuig dat je bestuurde, vast te stellen.
Vraag 15 van 48
Uitleg
Als je had een alcohol-promillage in je bloed tussen 0,8 en 1,0. Als u beginnend bestuurder bent, is dit tussen 0,5 en 0,8. De EMA-cursus gaat over alcohol en verkeer. Het doel van de cursus is dat u niet meer rijdt als u alcohol gedronken heeft. Het CBR kan u deze cursus laten doen in de volgende situaties: U had een alcohol-promillage in uw bloed tussen 1,0 en 1,8. Als u beginnend bestuurder bent, is dit tussen 0,8 en 1,3. U had een adem-alcoholgehalte tussen 435 en 785 microgram per liter lucht. Als u beginnend bestuurder bent, is dit tussen 350 en 570. De politie hield u in de afgelopen 5 jaar 2 keer of meer aan voor rijden met alcohol op. En uw alcohol-promillage was 1 keer hoger dan 0,5. Of hoger dan 0,2 als u beginnend bestuurder bent. De politie hield u in de afgelopen 5 jaar 2 keer of meer aan voor rijden met alcohol op. En u had 1 keer een adem-alcoholgehalte dat hoger was dan 220 microgram per liter lucht. Of hoger dan 88 microgram per liter lucht als u beginnend bestuurder bent. U heeft in de afgelopen 5 jaar een LEMA-cursus gevolgd, maar u heeft opnieuw autogereden met alcohol op. U weigerde bij uw aanhouding mee te werken aan een adem-analyse of bloedonderzoek.
Vraag 16 van 48
Uitleg
Parkeren wordt gedefinieerd als het laten stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers, of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen.
Vraag 17 van 48
Uitleg
Maak bij files op snelwegen zonder vluchtstroken ruimte vrij tussen de twee rijen voertuigen. Als er meer dan twee rijstroken zijn, houd deze ruimte dan tussen de twee meest linkse rijstroken.
Vraag 18 van 48
Uitleg
Een berm is onderdeel van de weg, maar niet van de rijbaan.
Vraag 19 van 48
Uitleg
Bestuurders van een personenauto, een bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel en hun passagiers maken gebruik van de voor hen beschikbare autogordel. Je moet altijd een autogordel gebruiken als je zitplaats een autogordel heeft. Dit geldt zowel voorin als achterin een auto of ander voertuig.
Vraag 20 van 48
Uitleg
Dit is een geregeld kruispunt met haaientanden (B6). Dit betekent dat verkeer van de zijwegen voorrang moet verlenen aan verkeer van links en rechts. De trekker heeft voorrang, omdat de regel "korte bocht gaat voor lange bocht" geldt. De juiste volgorde is: Trekker, Gele auto, Fietser.
Vraag 21 van 48
Uitleg
Voor het ingaan van een bocht moet er geschakeld en gekoppeld zijn als een andere versnelling wordt gekozen. Rijd het tweede deel van de bocht vloeiend met een 'licht trekkende motor'. Probeer remmen in de bocht zoveel mogelijk te vermijden. Als er behoorlijk geaccelereerd moet worden, zoals bij het invoegen, geef dan meer gas en schakel later door naar een hogere versnelling. Bij het uitvoegen kan, indien de omstandigheden het toelaten, eerder gas worden teruggenomen in het kader van energiezuinig rijden. Probeer terugschakelen op de doorgaande rijbaan te vermijden.
Vraag 22 van 48
Uitleg
Je mag niet stilstaan om een bericht te beantwoorden op plekken waar je niet mag parkeren, dit valt namelijk ook onder parkeren.
Vraag 23 van 48
Uitleg
Gebruik motorrem: Overweeg bij het bergafwaarts rijden of naderen van een stop motorrem te gebruiken in plaats van uw voet op het gaspedaal te houden. Motorrem houdt in dat u naar een lagere versnelling schakelt, waardoor de compressie van de motor het voertuig op natuurlijke wijze kan vertragen. Deze techniek vermindert de noodzaak om constant te remmen en kan brandstof besparen. Anticipeer op verkeer en wegomstandigheden: Let op naderende wegomstandigheden, zoals verkeerslichten, kruispunten of heuvels. Door uw snelheid vooraf te anticiperen en aan te passen, kunt u schakelwisselingen optimaliseren en de noodzaak van plotselinge acceleratie of remmen verminderen.
Vraag 24 van 48
Uitleg
Voetgangers mogen de normale voortgang van motorvoertuigen niet hinderen. Bestuurders moeten zeer langzaam rijden en voetgangers de ruimte geven om weg te lopen.
Vraag 25 van 48
Uitleg
De ambulance heeft zijn alarmlichten ingeschakeld en gaat voor (Artikel 50 RVV 1990): Weggebruikers moeten voorrang verlenen aan bestuurders van een voorrangsvoertuig met blauw zwaai-, flits- of knipperlicht. Blauw zwaailicht mag alleen gebruikt worden door politie, ambulance en brandweer bij urgente taken. Hier geldt verder de voorrang van rechts. De juiste volgorde is: Ambulance, Gele auto, Vrachtwagen.
Vraag 26 van 48
Uitleg
Voor beginnende bestuurders met een alcoholpromillage van 0,5-0,8 en voor overige bestuurders met een alcoholpromillage van 0,8-1,0. De LEMA-cursus gaat over alcohol en verkeer, met als doel te voorkomen dat je rijdt nadat je alcohol hebt gedronken. Het CBR kan je deze cursus laten volgen als je bent aangehouden met: Een alcoholpromillage in je bloed tussen 0,8 en 1,0. Als je een beginnend bestuurder bent, geldt dit voor een promillage tussen 0,5 en 0,8. Een ademalcoholgehalte tussen 350 en 435 microgram per liter lucht. Als je een beginnend bestuurder bent, geldt dit voor een gehalte tussen 220 en 350.
Vraag 27 van 48
Uitleg
Het is raadzaam om kort met grootlicht te knipperen om de tegenligger te waarschuwen als je verblind wordt. Je moet klaar zijn om te stoppen als een tegenligger je voortdurend verblindt.
Vraag 28 van 48
Uitleg
Bij het verlaten van een erf moet je voorrang verlenen aan voertuigen die van beide kanten komen.
Vraag 29 van 48
Uitleg
Als je uit een uitrit komt moet je al het verkeer voor laten gaan. Bestuurders die een bijzondere manoeuvre uitvoeren, zoals wegrijden, achteruitrijden, uit een uitrit de weg oprijden, van een weg een inrit oprijden, keren, van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden, van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden en van rijstrook wisselen, moeten het overige verkeer voor laten gaan.
Vraag 30 van 48
Uitleg
Ja, je kunt blijven rijden met een defecte kilometerteller die de afstand aangeeft die het voertuig heeft afgelegd, maar niet met een defecte snelheidsmeter. Personenauto's die na 30 juni 1967 in gebruik zijn genomen, moeten voorzien zijn van een goed werkende snelheidsmeter die ook 's nachts goed afleesbaar is voor de bestuurder.
Vraag 31 van 48
Uitleg
De vrachtwagen en de blauwe auto rijden op de voorrangsweg en de gele auto moet voorrang verlenen. De vrachtwagen rijdt rechtdoor en gaat eerst. De juiste volgorde is: Vrachtwagen, Blauwe auto, Gele auto.
Vraag 32 van 48
Uitleg
Dit is een geregeld kruispunt (haaientanden, B6); verkeer vanaf de zijstraten moet voorrang verlenen aan verkeer van links en rechts. De tractor komt van rechts en kruist de richting van de fietser, dus de tractor verleent voorrang aan de fietser. Een voetganger komt van rechts van de gele auto, maar de rechtsregel geldt niet voor voetgangers. De juiste volgorde is: Fietser, Tractor, Gele auto, Voetganger.
Vraag 33 van 48
Uitleg
Wanneer je met hoge snelheid op een natte weg rijdt, kan er zich een wig water ophopen tussen de band en het wegdek. De band verliest het contact met de weg en het voertuig reageert niet meer op het stuur. Dit fenomeen staat bekend als aquaplaning of hydroplaning.
Vraag 34 van 48

Uitleg
De bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan langs een gele doorgetrokken streep.
Vraag 35 van 48
Uitleg
Zowel de gele auto als de rode vrachtwagen hebben haaientanden op de weg. Daarom heeft de witte vrachtwagen het recht om als eerste door te rijden. Vervolgens gaat de rode vrachtwagen, gevolgd door de gele auto, omdat de rode vrachtwagen een korte bocht maakt terwijl de gele auto een langere bocht neemt. De juiste volgorde is: Witte vrachtwagen, Rode vrachtwagen, Gele auto.
Vraag 36 van 48
Uitleg
Een verdrijvingsvlak is een gedeelte van de rijbaan waarop schuine strepen zijn aangebracht. Bestuurders mogen verdrijvingsvlakken en puntstukken niet gebruiken.
Vraag 37 van 48

Uitleg
Het bord in optie B, de omgekeerde driehoek, betekent 'voorrang verlenen' (ook wel 'geef voorrang' genoemd). Wanneer dit bord bedekt is met sneeuw, herkent men het aan de omgekeerde driehoekvorm. Optie A is fout, want een rond bord wordt gebruikt voor gebods- of verbodsborden. Optie C is ook fout, want een ruitvormig bord geeft juist 'voorrang' aan, niet dat je voorrang moet verlenen.
Vraag 38 van 48
Uitleg
Een gewijzigde mentale toestand waarin iemand veilig en correct grote afstanden kan afleggen zonder zich te kunnen herinneren dat hij dit bewust heeft gedaan. Polderblindheid, ook bekend als white line fever, is een veranderde mentale toestand waarin iemand een auto, vrachtwagen of ander voertuig kan besturen op grote afstanden, waarbij hij reageert op externe gebeurtenissen op de verwachte, veilige en correcte manier zonder zich te herinneren dat hij dit bewust heeft gedaan. Dit gebeurt meestal tijdens het rijden door een monotoon, vlak of polderlandschap.
Vraag 39 van 48
Uitleg
Dit is een ongeregeld kruispunt waar voorrang van rechts geldt. De tram gaat eerst, omdat andere voertuigen voorrang moeten verlenen aan de tram, ongeacht of deze rechtdoor, rechtsaf of linksaf gaat. Daarna volgt de oranje auto, die in dezelfde richting doorrijdt. De gele auto moet voorrang verlenen aan de oranje auto, omdat die zijn pad kruist. De juiste volgorde is: Tram, Oranje auto, Gele auto.
Vraag 40 van 48

Uitleg
Het bord in optie B betekent 'rotonde'. Dit blauwe bord met witte pijlen in een cirkel geeft aan dat bestuurders een rotonde naderen en deze in de aangegeven richting moeten volgen. Optie A is fout, want het bord met een rode rand en een witte binnenkant betekent 'verboden in te rijden voor alle voertuigen'. Optie C is ook fout, want het bord met een rode rand en een witte binnenkant met een zwarte streep betekent 'verboden in te rijden'.
Vraag 41 van 48
Uitleg
Dit is een ongelijkwaardig kruispunt met haaientanden (B6). Bestuurders moeten voorrang verlenen aan voetgangers die een zebrapad (lijken te) oversteken (art. 49). De gele auto en de tram hebben haaientanden. Trams hebben voorrang van links of rechts; de gele auto moet dus ook voorrang verlenen aan de tram. De juiste volgorde is: Voetganger, Zilveren auto, Tram, Gele auto.
Vraag 42 van 48
Uitleg
Dit is een ongelijkwaardig kruispunt met haaientanden (B6). De rode auto heeft voorrang en gaat eerst. Zowel de zilveren als de gele auto kruisen de richting van de fietser; de fietser gaat voor hen. De gele auto gaat voor de zilveren auto (korte bocht voor lange bocht). De juiste volgorde is: Rode auto, Fietser, Gele auto, Zilveren auto.
Vraag 43 van 48

Uitleg
De lading van personenauto’s en driewielige motorrijtuigen mag niet meer dan 20 cm aan elke zijkant van het voertuig uitsteken.
Vraag 44 van 48
Uitleg
De gele auto heeft voorrang, omdat er geen obstakels zijn voor de gele auto. Daarna volgt de bus, aangezien de fietser voorrang van rechts heeft. (Volgens de gegeven uitleg.)
Vraag 45 van 48
Uitleg
Een korte bocht gaat voor een lange bocht. De juiste volgorde is: Bus, Gele auto, Fietser.
Vraag 46 van 48
Uitleg
Dit is een ongelijkwaardig kruispunt met haaientanden (B6). De brandweerwagen voert optische/akoestische signalen, dus alle voertuigen moeten voorrang verlenen aan de brandweerwagen (art. 50 RVV 1990). De rode auto kruist de richting van de bus en moet deze voorrang geven. De gele auto heeft haaientanden en verleent voorrang aan bus en rode auto (en uiteraard aan de brandweerwagen). De juiste volgorde is: Brandweerwagen, Bus, Rode auto, Gele auto.
Vraag 47 van 48
Uitleg
Op een ongeregeld, gelijkwaardig kruispunt geldt hier de voorrangsplicht naar rechts. De vrachtauto moet voorrang verlenen aan de rode auto omdat de rode auto van rechts nadert. Daarnaast moet de vrachtauto voorrang verlenen aan de gele auto, omdat hij de richting van de gele auto kruist. De rode auto moet op zijn beurt voorrang verlenen aan de gele auto, omdat de gele auto van zijn rechterkant komt. De juiste volgorde is: Gele auto, Rode auto, Vrachtwagen.
Vraag 48 van 48
Uitleg
Dit is een ongelijkwaardig, geregeld kruispunt met haaientanden (B6). Zowel de vrachtwagen als de gele auto hebben haaientanden en moeten voorrang verlenen aan het verkeer van links en rechts. De gele auto moet voorrang geven aan de vrachtwagen, omdat de regel "korte bocht gaat voor lange bocht" van toepassing is. De juiste volgorde is: Rode auto, Vrachtwagen, Gele auto.
Oefenexamen afgerond
Dit is een oefenresultaat en geen officiële examenuitslag van het CBR.